Schaduwgezel - 31 januari 2017 Terug

Ik droomde vanacht van een compagnon. Ik droomde, een zalige droom. Ik dwaalde over de wereld, doorheen straten, over grasvelden en tussen wolken. Overal waar ik heen stapte, schreed, zweefde en vloog voelde ik de aanwezigheid van een compagnon. Als een schaduw, nimmer aflatend. Vroeger droomde ik ook dat ik me verstopte; stapte, vluchtte, en vocht. Tegen de grote reus, die me soms al vastgreep bij de voeten tijdens een acrobatisch luchtgevecht. De reus bepaalde mijn pad, terwijl ik eigenlijk probeerde te vluchten.

Maar deze nacht was het anders. Mijn compagnon Be-Woog bij me, als een schaduw. Soms heel dichtbij, nauwelijks zichtbaar, alsof hij heel diep in me wilde kruipen. Soms heel langgerokken, alsof hij echt even afstand van mijn kern wilde nemen maar toch geconfronteerd werd met onze onlosmakelijke verbinding.

Ik ontwaakte en voelde aan wat het eigenlijk was. Het was Dood. Mijn dood. Mijn eeuwigheid. Mijn dood is als mijn schaduw. Altijd verbonden, onvoorwaardelijk en onlosmakelijk. Vroeger beangstigend. Maar vanacht sloten we een verbond. Ik bepaal jou niet, Dood, en jij mij niet. Maar toch, moeten we Samen-Leven. Jij, Dood, leeft mee met mij, tot de dag waarop ik met jou zal leven. Wie weet jaag ik dan wel op jou in jouw dromen, tot de dag waarop jij mij aanvaardt in jouw leven.

En zo, even, kon ik leven, met mijn dood. Met “mijn” Dood, onlosmakelijk. Het was zalig.

Als mijn schaduw, weten dat jij er altijd zal zijn. We sloten ons verbond. Ik hoef niet meer te vluchten. Jij jaagt niet meer op mij in mijn hoofd, ook al waren dat slechts mijn eigen hersenspinsels. En jij kan rustig bij me blijven en hoeft geen schrik te hebben dat ik jou wil afstoten.

Ik weet dat ik ooit in jouw leven zal komen, maar nu nog niet… Ik wil nog te veel over jou vertellen, en mensen, die dit willen, laten weten dat ook zij een verbond met hun schaduw kunnen sluiten, in plaats van weg te kruipen van het licht van de tijd, dat hun schaduw zichtbaar maakt.